Groenvisie Buiksloterham

Als verdichting doel op zich wordt gaat dat ten koste van open ruimte en groene functies.

John Zondag was betrokken bij het co-creatie-proces Groenvisie Buiksloterham. Dit werd georganiseerd door de Gemeente Amsterdam in de periode maart-juni 2019. Vanuit een fundamenteel constructieve houding – wij bouwen samen aan onze buurt – hebben we met een aantal buurtbewoners de plannen bekeken. Uiteindelijk zijn we erg kritisch en verontrust geworden over wat er plaats vindt. Onder deze link doen we verslag van onze zorgen.

.

De gemeente Amsterdam wil fors verdichten. In Koers 2025 wordt betoogd dat er 70.000 woningen moeten worden bijgebouwd, deels door in bestaande stad de dichtheid te verhogen. Als onderdeel van Koers 2025 is ook gewerkt aan een Referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen en Groen. Deze is ontwikkeld omdat verdichting niet ten koste mag gaan van de leefkwaliteit. In een gezonde stad moet ook voldoende groen zijn. De getoonde groennorm is voor centrum-stedelijk gebied.

In de ‘co-creatie’-sessies is ons verteld dat er 8.000 woningen gebouwd gaan worden, dat de hoeveelheid m2 die is gereserveerd voor werken gelijk blijft en dat de verhouding wonen-werken wijzigt van 50-50 naar 70-30. Rekent u mee?

Als we dat doorrekenen neemt de hoeveelheid m2 voor wonen toe met 666.000m2, dat is 133% meer dan eerst gepland. We denken dat er een fout wordt gemaakt maar tot op heden blijft dit onduidelijk. Het is wel van belang, want in het bestemmingsplan staan geen woningaantallen maar is alleen een grens gesteld aan de hoeveelheid m2.

Voor het onderstaande hanteren we woningaantallen, maar we beginnen met een analyse van het grondgebruik: hoeveel grond is er nu en hoe is die verdeeld?

Het plangebied Buiksloterham is 1,03km2 groot.

Het fijne van analyses van grondgebruik is dat je er niet mee kunt sjoemelen. In het Investeringsplan uit 2007 en ook in het Exploitatieplan uit 2015 is er 510.000m2 uitgeefbaar gebied. Voor openbaar groen is 48.500m2 beschikbaar. Als we dat abstract verbeelden ziet dat er zo uit. Er is, vergeleken met andere gebieden, veel water en erg weinig groen.

Grondgebruik uitgesplitst in water, infra, openbaar groen en uitgeefbaar.

Als eerste hebben we gekeken wat er volgens de gemeentelijke referentienorm nodig zou zijn als je 4.000 woningen zou maken. Volgens de norm is er alleen al voor de 500.000m2 werkruimte 50.000m2 eco systeemgroen nodig. Daar komt bovenop 32.000m2 gebruiksgroen nodig (4.000×8) plus 32.000m2 eco systeemgroen. In beide gevallen gaat het om het terreinoppervlak, dus van bijvoorbeeld een boom telt alleen het onverharde oppervlak.
Om de hoeveelheid woningen te bouwen met de referentienorm als toetsingskader komen we dus 6,4 hectare grond tekort. Waar komt deze grond vandaan?

In de Referentienorm wordt ook verwezen naar de World Health Organisation. Die hanteert een norm van 10-15m2 groen per persoon, waarbij een deel van het groen zich binnen 15 minuten loopafstand zou moeten bevinden. Als we het minimum aanhouden komt dat net overeen met de hoeveelheid groen die we volgens de Referentienorm nodig hebben voor 4.000 woningen. Om het maximum te bereiken gaan we 15 minuten wandelen en kunnen we naar het Noorderpark.

Dan de nieuwe situatie.

Als we doorrekenen wat er voor 8.000 woningen nodig is, dan zien we dat we ca.64.000 m2 gebruiksgroen en ca.64.000m2 eco systeemgroen nodig hebben als we willen voldoen aan de norm voor Centrum Stedelijk Gebied. We komen dan 12,8 hectare tekort.

Als we de WHO-norm hanteren komen we zelfs 17-31 hectare tekort.

De vraag is dus: waar halen we die grond vandaan? Of beter gezegd: als het plangebied niet groter wordt, moet de grondbalans wijzigen: meer openbaar groen is alleen mogelijk als we het oppervlak aan water, infra of uitgeefbaar verminderen. Dat is al nodig als we 4.000 woningen maken:

Verbeelding van de benodigde hoeveelheden groen volgens Referentienorm c.q. WHO-norm bij 4000 woningen, binnen de 1.030.000m2 plangebied

Maar het wordt helemaal moeilijk als we dat kaartje maken voor 8.000 woningen. Ten eerste stijgt de FSI van 2,0 naar 3,0.

Dan zou het noodzakelijk zijn om én 6,4ha water aan te plempen; én bijna de helft van de verharding in de openbare wegen te verwijderen; én het uitgeefbaar terrein met 1/3 te verminderen, zoals hieronder is verbeeld.

Van de 48ha uitgeefbaar zou er dan 32ha overblijven waarop maximaal 1.500.000m2 BVO gebouwd kan worden. Dat is een FSI van 4,68. In gewoon Nederlands betekent dat dat alle kavels met een massieve bebouwing van 5 lagen bebouwd moeten worden. Dat kan niet de bedoeling zijn.

NB Bovenstaande gegevens zullen worden aangepast zodra het HIB wordt vrijgegeven voor inspraak. Vooralsnog baseren we ons op hetgeen ons door de gemeente is verteld in de periode maart-juni 2018.